Herdenking van de Reformatie

Op 31 oktober 1517 sloeg Martin Luther zijn 95 stellingen (over de reformatie van de kerk) aan de deuren van de Slotkerk te Wittenberg. Deze daad leidde tot wat we later de Reformatie zijn gaan noemen. Uiteindelijk ontstond hiernaast en vanuit de Rooms Katholieke kerk een evangelische beweging die reeds spoedig tot een nieuwe, protestantse kerk zou leiden. In de Nederlanden vond deze evangelisch-reformatorische beweging in zijn lutherse variant veel weerklank. Spoedig vielen echter de eerste lutherse martelaren op de brandstapel op de markt in Brussel. Maar dat had juist meer aanhang ten gevolge. Het politieke en religieuze verzet in de Nederlanden tegen de Spaanse Katholieke overheersing groeide.

Voor het eerst in 1617 werd het eeuwfeest der reformatie herdacht met een zogenaamde rekenpenning. In hetzelfde jaar gaf Johann George I (1611-1656), keurvorst van Saksen een penning/munt uit vanwege de Seculum Lutheranum/de lutherse eeuw.

Pas in de achttiende eeuw worden er door Nederlandse lutherse gemeenten en instellingen historiepenningen uitgegeven. Te beginnen vanaf 1717, de tweehonderd jarige herdenking van de reformatie. Deze penningen worden geproduceerd door medailleurs van importantie en behoren dan ook meteen tot de top van wat er ooit aan lutherse penningen is uitgegeven. Ook worden ter gelegenheid van sommige herdenkingen meerdere verschillende penningen uitgegeven. Dit duidt op toegenomen welvaart onder de lutheranen, vooral in Amsterdam.